Huisgenoten mogen oproepingskaarten ontvangen

Huisgenoten mogen oproepingskaarten ontvangen

Kiesgerechtigden die tijdens de colportage werkzaamheden niet in staat zijn om hun oproepingskaart persoonlijk in ontvangst te nemen, mogen hun legitimatiebewijs bij een huisgenoot achterlaten. De huisgenoot bij wie het legitimatiebewijs wordt achtergelaten dient wel achttien jaar of ouder te zijn en de Surinaamse nationaliteit te bezitten. Op donderdag 30 april is de distributie van de oproepingskaarten voor de verkiezingen van 25 mei gestart. Dit zal tot en met 15 mei 2020 geschieden. Bij het uitvoeren van de colportage werkzaamheden worden alle Covid-19 maatregelen door de colporteurs in acht genomen. De eerste oproepingskaart in Paramaribo is uitgereikt aan president Desire Bouterse en in Wanica aan vicepresident Ashwin Adhin.

Kiesgerechtigden die op 15 mei nog geen oproepingskaart hebben ontvangen, kunnen contact opnemen met hun districtscommissariaat en wel tot uiterlijk 22 mei 2020. Bij het uitreiken van de oproepingskaart moet de kiesgerechtigde op het volgende letten: Een oproepingskaart bestaat uit twee delen die van elkaar zijn geschieden door een afscheurlijn. De twee delen zijn, de oproepingskaart die moet worden uitgereikt aan de kiesgerechtigde en het bewijs van uitreiking aan de kiesgerechtigde of kortweg de souche. De souche wordt niet afgegeven aan de kiesgerechtigde.

Tijdens de colportage trekken de colporteur en twee getuigen van politieke partijen er samen op uit. De colporteur is verantwoordelijk voor de overhandiging van de oproepingskaart aan de kiesgerechtigde. De twee getuigen van de politieke organisaties zien er alleen op toe dat de oproepingskaart conform de regels wordt afgegeven. Alle politieke partijen hebben de taak om nauwkeurig toezicht te houden op het werk dat de colporteurs doen. De overheid heeft politieke partijen de mogelijkheid geboden om de colportagewerkzaamheden mee te controleren. Het is belangrijk dat ze hiervan optimaal gebruik te maken.